Zijn de vier verdachten die ‘paranormaal onderzoek’ deden op een begraafplaats in Leusden, schuldig aan grafschennis?
In de rechtbank in Utrecht staat de schending van de eerbied voor graven en de overledenen centraal, zo stelt de officier van justitie in een druk bezochte zitting. De kernvraag is of de vier verdachten, die betrokken waren bij een "paranormaal onderzoek" op de begraafplaats Rusthof in Leusden, zich schuldig hebben gemaakt aan grafschennis.
De zaak begint op 12 september 2021, wanneer een vader het graf van zijn overleden kind bezoekt op Kinderhof, het gedeelte van Rusthof dat bestemd is voor kinderen. Tijdens zijn bezoek vindt hij een camera op het pad tussen de graven. Hij laat de camera aanvankelijk liggen, maar wanneer hij deze de week erna weer tegenkomt, besluit hij hem mee te nemen, omdat het begraafplaatskantoor gesloten is. Thuis bekijkt hij de beelden en raakt geschokt.
De opnames tonen verschillende vrouwen die in het donker op de begraafplaats proberen contact te maken met overleden zielen. De vader meldt zich bij de directie van Rusthof, waar hij te horen krijgt dat het "team" toestemming had gekregen voor een "onderzoek" na sluitingstijd, met een medewerker van de begraafplaats ter begeleiding. Ondanks deze uitleg blijven veel ouders in het duister tasten over de gebeurtenissen bij het graf van hun kind.
De vader, verontrust door de situatie, wendt zich tot het gemeentebestuur. Ook burgemeester Lucas Bolsius van Amersfoort, de gemeente die de begraafplaats beheert, wordt bij de zaak betrokken en spreekt in oktober met de nabestaanden. Uiteindelijk doen tientallen ouders aangifte. De Nationale Ombudsman en het Bureau Integriteit Nederlandse Gemeenten (BING) starten een onderzoek, wat leidt tot ingrijpende consequenties: tien overledenen worden opgegraven en elders herbegraven. Veel ouders kampen met psychische klachten door de gebeurtenissen.
De directeur van de begraafplaats wordt na het "seance-incident" op non-actief gesteld en keert niet terug. Video's van het "onderzoek" met het "paranormale team" worden openbaar. De officier van justitie legt uit dat grafschennis strafbaar is volgens artikel 149 van het Wetboek van Strafrecht, maar dat het hier niet gaat om het opzettelijk beschadigen van een graf. Desondanks hebben de handelingen van de vrouwen de nabestaanden wel gekwetst. "Het gaat om het piëteitsgevoel", benadrukt hij. "Graven zijn er niet voor vermaak." Volgens de officier was het de vrouwen te doen om hun eigen nieuwsgierigheid, waarbij ze gebruikmaakten van kattenspeeltjes als onderzoeksmateriaal.
De aanwezigheid van de verdachten contrasteert sterk met het aantal aanwezige nabestaanden. Slechts één verdachte, de 81-jarige Irene, is aanwezig, terwijl de andere drie verdachten afwezig zijn. Irene, die als minst actieve deelnemer wordt beschouwd, zegt: "Ik stond erbij en keek ernaar." De voorzitter leest voor uit een groepschat waarin de voorbereidingen voor het paranormale onderzoek werden besproken. Na 11 september waarschuwt een groepslid dat "detectives" op zoek zijn naar hun identiteit. Ze denkt dat alleen de ouders van het jongetje wiens graf gefilmd is, aangifte kunnen doen.
In totaal hebben 58 mensen aangifte gedaan van grafschennis. De verdediging vraagt zich af of dit wel terecht is, omdat de ouders van het jongetje geen aangifte hebben gedaan. "Zij vonden het niet verrassend dat hun kind 'doorkwam', omdat ze zelf spiritueel zijn," zegt een advocaat. Hij vraagt zich ook af waarom het plaatsen van een kaars geen grafschennis is, maar het gebruik van een K2-meter dat wel zou zijn.
De aanwezige nabestaanden zijn van mening dat er wel degelijk sprake is van grafschennis. Een moeder leest een verklaring voor waarin zij vertelt dat ze nu niet alleen met het gemis leven, maar ook met vragen over wat er met het graf van hun kind is gebeurd. "Wat is er gezegd, neergelegd, aangeraakt?" vraagt ze zich af. Deze ouders, die al hun kinderen hebben moeten begraven, vragen zich nu ook af of hun kind daar veilig ligt, wat een zware last met zich meebrengt.
De officier van justitie eist taakstraffen van 200, 180, 120 en 40 uur voor de 81-jarige Irene, waarvan een deel voorwaardelijk. De uitspraak wordt naar verwachting binnen een maand gedaan.