Column | Homoseksueel en carrière-Trumpist, daar ben ik toch even van gechoqueerd
Een enkele persoon kan op indrukwekkende wijze onthullen hoe een enorm fenomeen in elkaar steekt. Deze persoon is Bill White, de Amerikaanse ambassadeur in België, die afgelopen week door deze krant werd geïnterviewd. Het fenomeen waar het om draait, is het Trumpisme, de aanhang en de invloed die de Amerikaanse president wereldwijd heeft weten te verwerven.
Bill White kent Donald Trump al lange tijd. Hij was aanwezig tijdens een diner van Trump, die destijds nog een twijfelachtige zakenman uit New York was, met Aristoteles Onassis, beroemd geworden door zijn huwelijk met Jacqueline Kennedy in 1968. White herinnert zich ook dat Trump regelmatig te gast was in het restaurant van zijn vader, waar de elite van New York samenkwam. Deze mensen waren geen vrienden, maar contacten die elkaar hielpen in een netwerk dat vooral gericht was op zakelijke voordelen.
White beschrijft Trump als een waardevol contact, net zoals hij eerder de Obama’s steunde en de Democratische partij. Voor White draait het niet zozeer om de mensen of hun politieke opvattingen, maar om de voortdurende zoektocht naar donateurs voor zelfpromotie. Trump benoemde White tot ambassadeur voor België, een puur politieke zet, aangezien White geen diplomatieke ervaring had. Hij deelt echter dezelfde tactiek als Trump. Een recent voorbeeld hiervan is Trumps belediging van Noorwegen, dat hij een 'schijtland' noemde omdat hij geen Nobelprijs voor de Vrede kreeg. White kan zich niet met de wereld bemoeien, maar in België maakt hij zijn eigen impact. Zo bekritiseerde hij de Belgische minister van Volksgezondheid, Frank Vandenbroucke, omdat deze de alcoholindustrie zou schaden. Op sociale media vroeg White: “Wie is de grootste verliezer in België?” vergezeld van een afbeelding van Vandenbroucke. Dit is wat je een andere vorm van diplomatie zou kunnen noemen.
Het gebruik van hoofdletters in zijn communicatie doet denken aan de stijl van Trump. Wat me echter echt verraste, was het gesprek met NRC, dat vlak voor Halloween plaatsvond. White vertelde over de decoraties bij zijn huis, met strobalen en pompoenen. Hij vroeg of zijn man Bryan ook op de foto mocht, met de opmerking dat Bryan zijn stropdas al omhad. Later zouden beide mannen samen poseren voor een foto. White, een getrouwde homoseksuele man, heeft hier geen geheimen van gemaakt. Toch is hij een carrière-Trumpist, terwijl onder zijn regime alles wat met lhbti+ te maken heeft, vaak onder druk staat.
Het doet me als Europeaan pijn dat ik hier toch door geschokt ben. Ik weet dat iemands homoseksualiteit niet automatisch met een bepaalde politieke ideologie verbonden is, maar een liberale inslag lijkt voor de hand liggend. Dit idee blijkt echter achterhaald te zijn. Homoseksualiteit is voor velen gewoon een levensstijl, zoals het dragen van bepaalde merkkleding. Het zou je niet minder gevoelig moeten maken voor de positie van andere minderheden. Denk aan de mensen in de VS die door ICE van straat worden gehaald, vergelijkbaar met de vervolging in de jaren vijftig en zestig. Hetero Trump heeft deze situatie alleen maar verergerd voor zijn eigen gewin.
Als ik niet oplet, trap ik weer in de val van die intersectionele sentimentaliteit, waarbij elke vorm van politieke onderdrukking wordt verbonden met een andere. Sociale minima die zich solidair verklaren met zwarte vrouwen, of Joodse Israëli's die hand in hand optrekken met Arabische Israëli's. Het idee is dat doorstane vervolging mensen moreel superieur zou maken. De socioloog Abram de Swaan weerlegde deze gedachte al in 1965 in de Gids, door te stellen dat doorstaan van kwetsuren iemand niet beter maakt, maar eerder vervult met haat, angst en woede.
In Israël en de Verenigde Staten worden deze gevoelens van haat en woede openlijk getoond. Bill White is toevallig de vertegenwoordiger van deze dynamiek, en oh ja, hij is ook homoseksueel.