In het eerste azc dat Willem-Alexander als koning bezoekt, krijgt hij een brief van Lavania van elf. Ze schrijft dat ze haar ouders al drie jaar niet heeft gezien
Een groep jongens klimt over een hek en rent enthousiast achter de volwassenen aan, met hun smartphones in de hand. Wanneer koning Willem-Alexander voor de basisschool even stopt, vragen ze vol enthousiasme: “Koning. Majesteit. Hoi. Mogen we een selfie?” De koning maakt zelf de foto, waarna de jongens trots hun nieuwe kiekje tonen. Dit soort momenten zijn gebruikelijk wanneer de koning op bezoek is; hij is meerdere keren per maand ergens in het land te zien, vaak rond onderwerpen die actueel zijn, zoals stikstof, landbouw, sociale cohesie en defensie. In de afgelopen maanden heeft hij onder meer daklozen, woningbouwers, boeren en natuurbeschermers ontmoet.
Maar een asielzoekerscentrum had hij nog nooit bezocht als koning. Tot dinsdagmiddag, toen hij in Leersum arriveerde, waar meer dan vijfhonderd mensen wachten op een beslissing over hun asielaanvraag. De binnenplaats was gevuld met mensen die op hun tenen stonden om een glimp van de koning op te vangen. Bij elke verplaatsing van de koning van het ene naar het andere gebouw klonk er applaus en juichende kreten, vergezeld door de traditionele zaghrouta, een feestelijk geluid dat door vrouwen wordt gemaakt.
De opvang van asielzoekers is al sinds de inhuldiging van Willem-Alexander in 2013 een onderwerp van veel discussie en polarisatie. Hij heeft eerder het aanmeldcentrum in Ter Apel bezocht, waar hij sprak met medewerkers van het COA en omwonenden. Samen met koningin Máxima heeft hij ook organisaties bezocht die vluchtelingen ondersteunen en opvanglocaties voor Oekraïense vluchtelingen bezocht.
De koning is zich bewust dat opvang niet vanzelfsprekend is. Tijdens zijn jaarlijkse persconferentie in mei uitte hij zijn zorgen over de toenemende en verharde demonstraties tegen de komst van nieuwe asielzoekerscentra. Hij had eerder met gemeenteraadsleden gesproken over deze kwestie, maar tot nu toe zag hij geen aanleiding voor een bezoek aan een asielzoekerscentrum.
Burgemeester Frits Naafs van Utrechtse Heuvelrug had de koning drie jaar geleden al uitgenodigd om “het tegengeluid” te laten horen en te tonen hoe het ook kan. Het asielzoekerscentrum bestaat al meer dan 35 jaar in de bossen nabij Leersum, en de open uitnodiging werd door het paleis gewaardeerd.
Op dinsdagmiddag liep de koning door het centrum, langs slaapkamers en de ‘doe mee-balie’, waar bewoners zich kunnen inschrijven voor taalcursussen en vrijwilligerswerk. Een vrijwilliger, Eddie, vertelde dat de ligging in het bos het handig maakt om een fiets te hebben, en hij repareerde fietsen samen met een jongen uit Gambia. Het COA verzoekt om geen achternamen van bewoners of vrijwilligers in de media te vermelden.
Terwijl buiten de jongens vragen stelden aan de pers, had Bea, de hoofd van de basisschool, een ernstiger boodschap voor de koning. “Ik werk hier al zestien jaar, en ik heb nog nooit meegemaakt dat kinderen zo lang moeten wachten op hun asielaanvraag. Ze hebben zo weinig perspectief,” vertelde ze. Ze legde uit dat kinderen voorheen na een jaar naar een reguliere school konden, omdat hun ouders een verblijfsvergunning kregen. “Nu wacht 80 procent en dat wachten duurt maar voort,” zei Bea. De aanvragen van Syriërs zijn door het vorige kabinet “in de ijskast” gezet totdat duidelijk is of het land weer veilig is. Het nieuwe Europese migratiepact, dat asielprocedures moet versnellen, zorgt er juist voor dat aanvragen onder de oude procedure minder snel worden behandeld, wat leidt tot verdere vertraging.
Bea voelde zich “machteloos”, en de koning knikte begrijpend. Ook toen Lavania, een elfjarig meisje, hem brieven van haar klasgenoten aanbood “zodat u die in uw kantoor kunt lezen,” knikte hij. Lavania vertelde hem dat ze haar ouders al drie jaar niet had gezien, omdat zij nog in Irak wonen.
De koning kan niet veel doen; dat is aan de regering. Aan het einde van zijn bezoek zei hij echter dat hij zijn indrukken mee zou nemen “naar Den Haag.” Hij legde uit dat hij specifiek een gemeente wilde bezoeken waar een azc goed geïntegreerd is in de samenleving: “We weten allemaal welke problemen er kunnen zijn. Door hier aanwezig te zijn, laten we zien dat het ook goed kan gaan.”
Dit sluit aan bij wat de koning in mei al had aangegeven. “We moeten weer normaal met elkaar omgaan, zodat we het gesprek kunnen aangaan over hoe we het probleem van het huisvesten van asielzoekers en statushouders in ons land kunnen oplossen,” zei hij. Burgemeester Naafs wilde deze goede voorbeelden benadrukken en stelde de koning voor aan de voorzitter van de Oranjevereniging, die asielzoekers opleidt tot verkeersregelaars voor evenementen zoals Koningsdag. Ook stelde hij de koning voor aan vrijwilligers die asielzoekers helpen met de taal en hen uitnodigen voor evenementen. “Barmhartigheid zit in ons dna,” zei de burgemeester. “In dat van de inwoners en de politiek.”