Daily Wire
Sunday, 25 October 2026
World

Oekraïense warenhuizen onder vuur, terwijl inwoners zich voorbereiden op winter

Rusland heeft recentelijk niet alleen zijn aandacht gericht op Oekraïense energiecentrales, militaire installaties en woongebouwen, maar ook op de economie van het land. De afgelopen tijd zijn er steeds vaker aanvallen geweest op pakhuizen, distributiecentra, postkantoren en winkels, waaronder de keten Epitsentr. In de laatste dagen zijn er vier vestigingen vernietigd, waaronder een in Kyiv, waar meerdere ballistische raketten deze week een winkelcentrum in het noorden van de stad troffen.

Ondanks de schade gaat het werk op de locaties die nog intact zijn verder. Maksim Sjeremet, operationeel directeur van Epitsentr, loopt door de gangpaden van een winkel, omringd door tuingereedschap, elektronica en feestdecoraties. "Het lijkt wel een nieuwe golf," zegt hij, zichtbaar vermoeid. Door de constante aanvallen heeft hij zo goed als niet kunnen slapen.

De winkel heeft zijn bedrijfsvoering volledig moeten veranderen door de oorlog, legt Sjeremet uit. Goederen worden niet langer via distributiecentra geleverd, omdat deze ook zijn getroffen. In plaats daarvan blijven producten in vrachtwagens totdat ze bij de winkel aankomen. Dit leidt tot langere levertijden en een beperkter aanbod. Sjeremet wijst naar bijna lege schappen met een paar gasbranders. Voorheen had de winkel gasbranders van tien verschillende merken, nu is het aanbod tot één merk gereduceerd.

In Oekraïne is men van mening dat Rusland met deze aanvallen probeert het leven van de inwoners zo moeilijk mogelijk te maken. In deze winkels kopen Oekraïners essentiële spullen om zich voor te bereiden op de winter, zoals jerrycans, gasbranders en powerbanks. Ook vestigingen van de bouwmarkt Dnipro M zijn doelwit geweest, waar onder andere generatoren te koop zijn.

Onlangs hebben Oekraïense inlichtingendiensten Russische plannen in handen gekregen voor aanvallen op steden zoals Kyiv in de komende winter. De documenten beschrijven een campagne die ernstige gevolgen kan hebben voor de bevolking, met aanvallen op de stroom- en warmtevoorziening, alsook op de watervoorziening en riolering.

De relatie tussen Oekraïne en de Verenigde Staten, en in het bijzonder met president Trump, heeft de afgelopen weken een dieptepunt bereikt. Amerikaanse inlichtingen, die cruciaal zijn voor tijdige waarschuwingen aan de bevolking over mogelijke aanvallen, kwamen niet op tijd door. Inmiddels is deze informatievoorziening weer hersteld.

Daarnaast zijn leveringen van onderscheppingsraketten voor de Patriot-luchtverdedigingssystemen uit de VS vertraagd. Ook het gebruik van het Starlink-satellietsysteem, dat essentieel is voor de Oekraïense strijdkrachten, is aan beperkingen onderhevig. President Zelensky beschouwt dit als een poging van Trump om druk uit te oefenen op Oekraïne.

De inwoners van Kyiv bereiden zich voor op wat mogelijk de zwaarste winter tot nu toe zal worden. Dit is des te zorgwekkender omdat Oekraïne niet voldoende luchtafweer heeft om het land te beschermen tegen grootschalige, langdurige aanvallen met ballistische raketten en drones.

Dit betekent ook dat de winkels van Epitsentr elk moment geraakt kunnen worden. Wanneer het luchtalarm afgaat, zoeken Sjeremet, zijn medewerkers en de klanten schuil in een bunker naast de winkel. Een drone is in de buurt waargenomen. "Natuurlijk is de dreiging enorm," zegt de operationeel directeur. "Elke dag staan we op en gaan we weer aan de slag. Wat verwoest is, herstellen we. We kunnen zeker niet stil blijven zitten."

Sinds het begin van de grootschalige invasie zijn er 23 locaties van Epitsentr vernietigd, waaronder winkelcentra, drie logistieke hubs en een tegelfabriek. Momenteel zijn er nog 59 vestigingen open.

In de bunker schuilt de 39-jarige Anna met haar zoontje. Terwijl haar man aan het front vecht, is zij bezig met de renovatie van hun huis. Het appartement is al voorbereid op de winter met een draagbare accu voor noodstroom en een campinggasstel. "Ik kom graag bij Epitsentr," zegt ze. "Het aantal winkels neemt helaas af. Maar het leven gaat door. Mensen willen blijven bouwen, en wij ook. Als het kan, blijven we hier komen om te winkelen."