Minderheidskabinet-Jetten zet belastingplan op het spel zonder akkoord met oppositie: „Zeer riskante onderneming”
Het minderheidskabinet onder leiding van Rob Jetten staat voor een uitdaging met zijn belastingplan, nu er nog geen akkoord is bereikt met de oppositie. Na maanden van interne verdeeldheid heeft het kabinet dinsdag een aangepast voorstel naar de Tweede Kamer gestuurd, waarin geprobeerd wordt tegemoet te komen aan de wensen van oppositiepartijen, maar zonder een duidelijke keuze te maken voor links of rechts.
Premier Jetten benadrukt dat hij streeft naar een breed draagvlak in zowel de Tweede als de Eerste Kamer, zonder zich vooraf te verzekeren van een meerderheid. Dit wordt door parlementair historicus Corné Smit als een riskante onderneming beschouwd. Hij merkt op dat er iets essentieels ontbreekt: een formele overeenkomst met de oppositie, zoals gebruikelijk is in Scandinavische landen waar ook minderheidskabinetten functioneren. "Een dergelijk akkoord hoeft niet uitgebreid te zijn, maar het moet wel vastgelegd worden," voegt hij toe.
In de ogen van Smit heeft het kabinet eind september een kans gemist door de geplande bezuinigingen op sociale zekerheid te schrappen, zonder daar iets voor terug te vragen van PRO-leider Jesse Klaver. "Als kabinet kun je dan zeggen: wij hebben grote concessies gedaan, nu is het jullie beurt om je aan het belastingplan te committeren," aldus Smit.
De samenwerking met PRO, de grootste fractie in de Eerste Kamer, is echter een gevoelig onderwerp voor de liberalen. VVD-leider Dilan Yeşilgöz heeft tijdens de campagne en de formatie al aangegeven geen samenwerking met PRO te willen, en ook in de begrotingsonderhandelingen lijkt de VVD een samenwerking met links te blokkeren. "We willen wel met PRO, maar dan niet zonder rechts," zei Yeşilgöz begin oktober.
Hoogleraar politieke communicatie Claes de Vreese stelt dat een minderheidskabinet niet te veel politieke fracties kan uitsluiten. "Bij antidemocratische partijen kan soms een grens worden getrokken, maar in principe nodig je zo veel mogelijk partijen uit," legt hij uit. Dit leidt vaak tot een 'afvalrace' tijdens de onderhandelingen, waarbij alleen de partijen overblijven die bereid zijn om samen te werken.
Begin dit jaar adviseerden De Vreese, Smit en politicoloog Tom van der Meer de partijen over het functioneren van een minderheidskabinet. Hun boodschap blijft dat deze regeringsvorm in Nederland een gewaagd experiment is. "Het is duidelijk dat zowel het kabinet als de Kamer zich nog moeten aanpassen," zegt De Vreese. "De situatie gaat nog niet optimaal." Dit blijkt onder andere uit de verdeeldheid binnen de regeringspartijen over een voorstel van Klaver voor een miljonairsbelasting. De VVD is hier fel tegen, terwijl D66 en CDA er meer voor openstaan. Dit heeft geleid tot een afspraak dat de coalitiepartijen over dit voorstel verschillend mogen stemmen, wat de onderhandelingen bemoeilijkt.
Smit noemt deze afspraak een noodgreep, wat resulteert in onvoorspelbaar stemgedrag. "Voor het functioneren van een minderheidskabinet is voorspelbaarheid cruciaal," zegt hij. Hij wijst erop dat het kabinet eerder dit jaar de begroting voor Ontwikkelingssamenwerking steunde, omdat er minder geld naar de VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen UNRWA zou gaan. Kort daarna kondigde D66-minister Sjoerdsma aan dat hij deze bezuiniging wilde terugdraaien, wat de samenwerking met oppositiepartijen bemoeilijkt.
Partijen zoals JA21, BBB en SGP eisen in ruil voor hun steun voor de begroting veranderingen op het gebied van asiel, stikstof en medische ethiek, onderwerpen die verder gaan dan het belastingplan. Smit begrijpt deze eis vanuit hun politieke achtergrond, maar het bemoeilijkt de samenwerking met wisselende meerderheden. "Het idee van een minderheidskabinet is dat je soms over links en soms over rechts gaat," legt hij uit. Naarmate partijen meer onderwerpen aan elkaar koppelen, blijft er minder ruimte over voor afzonderlijke afspraken.
In andere landen met een minderheidskabinet beperken oppositiepartijen hun eisen tijdens belastingonderhandelingen vaak tot het belastingonderwerp zelf, merkt Smit op. "Daar zijn ze gewend dat als we over belastingen praten, we geen eisen stellen met betrekking tot migratie." Hij verwijst naar de huidige begrotingsonderhandelingen in Denemarken, waar rechtse partijen samenwerken om de inkomstenbelasting te verlagen.
In Nederland is er echter een traditie van het koppelen van onderwerpen. Smit haalt het kabinet-Rutte II aan, dat in 2013 steun zocht bij D66, ChristenUnie en SGP, waarbij stilzwijgend afspraken werden gemaakt over medisch-ethische kwesties. Hij wijst ook op de Pacificatie van 1917, die twee ogenschijnlijk ongerelateerde thema's met elkaar verbond.
De Vreese is kritisch over de manier waarop sommige oppositiepartijen hun eisen formuleren. "Het idee van een minderheidskabinet is dat je flexibel moet zijn. Het helpt niet om voorafgaand aan de onderhandelingen een duidelijke positie in te nemen," zegt hij. "In besloten onderhandelingen kun je misschien met een deel van je eisen akkoord gaan, maar als je je publiekelijk ingraven, maakt dat het veel moeilijker." Op 12 november zal de Tweede Kamer stemmen over het belastingplan, en met steun van de ChristenUnie, 50PLUS en de Groep Markuszower lijkt er een meerderheid in zicht.