'Ruim 3000 Palestijnen in Hebron op bezette Westoever ontheemd geraakt'
Meer dan 3000 Palestijnen in Hebron, de grootste stad op de bezette Westelijke Jordaanoever, zijn volgens het stadsbestuur gedwongen hun huizen te verlaten. Dit is een reactie van Israël op een schietincident bij een controlepost nabij Hebron, waarbij twee Israëlische soldaten om het leven kwamen.
Op vrijdag openden twee vermoedelijke Palestijnen het vuur op de militairen bij de controlepost. De schutters werden niet gevangen genomen, maar door Israëlische troepen gedood. Volgens het Israëlische leger werden er wapens aangetroffen in de auto van de aanvallers. Het leger vermoedt dat de gedode aanvallers van plan waren een aanslag op Israëlische burgers te plegen, hoewel bewijs hiervoor ontbreekt.
Premier Netanyahu verklaarde dat het leger de wijk in Hebron waar de schutters vandaan kwamen, zou "vernietigen". Dit houdt in dat woningen met een mogelijke connectie met de schutters zullen worden gesloopt, dat er invallen in huizen plaatsvinden en dat mensen gedwongen worden hun woning te verlaten. Bijna alle toegangswegen naar Hebron zijn inmiddels afgesloten.
Minister van Defensie Katz gaf aan dat Palestijnen pas mogen terugkeren naar hun huizen als "we alle problemen met Hamas in Hebron hebben opgelost".
De acties van Israël zijn met klem veroordeeld door de Palestijnse autoriteiten. Hussein Al-Sheikh, de vicepresident van de Palestijnse Autoriteit (PA), riep op tot een internationale veroordeling van het "beleid van collectieve bestraffing tegen het Palestijnse volk". "Er moet een einde komen aan deze schendingen, de verantwoordelijken moeten ter verantwoording worden geroepen en zij mogen niet ongestraft blijven", aldus Al-Sheikh.
Premier Mohammad Mustafa van de PA meldde dat de Palestijnen die gedwongen hun woning hebben moeten verlaten, voornamelijk vrouwen, kinderen en ouderen zijn. Journalisten van de Belgische omroep RTBF bezochten Hebron en spraken met bewoners. Ze merkten op dat de situatie in Hebron doet denken aan de vluchtelingenkampen in Jenin, in het noorden van de Westelijke Jordaanoever, waar Palestijnen ook uit hun kamp zijn verdreven en het kamp grotendeels is verwoest. De inwoners van Jenin mogen na meer dan anderhalf jaar nog steeds niet terugkeren. Na het vuurgevecht in Hebron dreigde premier Netanyahu met een vergelijkbaar scenario.
Tijdens de zogenaamde "offensieve antiterrorismeoperatie" in Hebron, zoals het Israëlische leger de actie noemt, zijn volgens de Israëlische krant Times of twee wapens en een doodlopende ondergrondse tunnel naast het huis van een van de schutters aangetroffen. Ondanks deze beperkte resultaten willen premier Netanyahu en minister Katz doorgaan met de militaire acties, zo meldt de krant.
De bevelhebber van het Israëlische leger, Eyal Zamir, zou hebben verklaard dat Palestijnen terug kunnen keren, maar Netanyahu en Katz hebben dat tegengehouden. De gebeurtenissen in Hebron vinden plaats aan de vooravond van de Israëlische verkiezingen, waarin veiligheid het belangrijkste thema is. Morgen gaat Israël naar de stembus, waarbij alleen stemmen binnen het land zelf mogelijk is.
Premier Netanyahu probeert in Hebron te laten zien dat hij de juiste persoon is om de veiligheid van Israël te waarborgen, in de hoop zo ook de stemmen van radicale Israëliërs te winnen.