Mogelijk flinke pensioenverhoging op komst bij ABP en PME door gestegen dekkingsgraad
De pensioenfondsen ABP en PME hebben een sterke financiële positie bereikt. De afgelopen maanden hebben deze fondsen geprofiteerd van de stijgende rente, wat heeft geleid tot een toename van de dekkingsgraad van het ABP, dat zich richt op ambtenaren, en PME, dat zich richt op de metaal- en technologie-industrie. De dekkingsgraad van beide fondsen is nu boven de 130 procent, wat betekent dat ze voldoende middelen hebben om de pensioenen uit te keren.
In het begin van dit jaar ondervonden zowel ABP als PME, samen met andere pensioenfondsen, de gevolgen van de oorlog in de Perzische Golf. Echter, de recent gestegen rente lijkt hun financiële stabiliteit te waarborgen. Zo is de dekkingsgraad van het ABP, het grootste pensioenfonds van Nederland, gestegen van 126,9 procent naar 132,2 procent, terwijl PME van 127,7 procent naar 132,8 procent is gegaan.
Deze ontwikkelingen zijn positief voor gepensioneerden, vooral omdat de overgang van deze pensioenfondsen naar het nieuwe pensioenstelsel dichtbij is. Een hogere dekkingsgraad voorafgaand aan deze overstap betekent dat er meer geld beschikbaar is voor verdeling onder de deelnemers.
Volgens Harmen van Wijnen, de bestuursvoorzitter van ABP, was het derde kwartaal van dit jaar opnieuw turbulent op de financiële markten. "De oorlog in het Midden-Oosten escaleerde en de rente steeg aanzienlijk door de toenemende overheidsschulden, onder andere in de Verenigde Staten en Frankrijk", aldus Van Wijnen. Een hogere rente is voordelig voor pensioenfondsen, omdat ze daardoor minder kapitaal hoeven aan te houden om aan hun verplichtingen te voldoen. "Dit heeft geleid tot een verdere stijging van de dekkingsgraad in het derde kwartaal", voegt hij toe.
De hoge dekkingsgraad biedt ABP en PME een solide basis voor de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Net voor deze overgang kunnen de fondsen het extra vermogen dat is opgebouwd door de dekkingsgraad verdelen onder hun deelnemers. Hierbij wordt berekend wat de totale waarde van elk pensioen is en hoeveel geld er in de gezamenlijke buffer terechtkomt. "Als de economie en de rente stabiel blijven, kunnen onze gepensioneerde deelnemers in 2027 rekenen op een pensioenverhoging van 12,6 procent", zegt Alae Laghrich, de voorzitter van het uitvoerend bestuur van PME.
De uiteindelijke verdeling van middelen is afhankelijk van de dekkingsgraad op 31 december van dit jaar.
Beide pensioenfondsen zullen op 1 januari volgend jaar overstappen naar het nieuwe pensioenstelsel. In dit nieuwe systeem krijgen deelnemers individuele pensioenpotjes. Voor jongere deelnemers wordt er met een hoger risico belegd, wat zowel verliezen als aanzienlijke winsten kan opleveren. Naarmate deelnemers dichter bij hun pensioengerechtigde leeftijd komen, wordt de belegging minder risicovol.
Pensioenfondsen die al zijn overgestapt naar het nieuwe stelsel, geven geen informatie meer over de dekkingsgraden, omdat deze minder relevant zijn nu deelnemers persoonlijke potjes hebben. Eerder werd al duidelijk dat ook de fondsen die zijn overgestapt, goede prestaties leveren, vooral dankzij de positieve rendementen op de aandelenmarkt. Dit heeft geleid tot de verwachting dat de pensioenen volgend jaar licht kunnen stijgen.