Starnieuws - Mennonieten zien af van kort geding tegen uitzetting, rechter beslist nog over proceskosten
Mennonieten hebben hun kort geding tegen hun uitzetting ingetrokken. De zes personen die achterbleven, willen ook Suriname verlaten om zich te herenigen met hun gezinnen. Via advocaat Derrick Veira hadden zij een kort geding aangespannen tegen de Staat. De rechter moet nu alleen nog beslissen over de proceskosten, wat op maandag 9 november zal gebeuren.
Persrechter Marjory Sanches gaf na de zitting van vandaag een toelichting op de rolbeschikking die door de kantonrechter in deze zaak is geformuleerd. Volgens Sanches is de situatie sinds het indienen van het kort geding op 29 oktober aanzienlijk veranderd, omdat het merendeel van de groep inmiddels is uitgezet.
Advocaat Veira had namens de Mennonieten verschillende verzoeken ingediend. Hij vroeg de Staat om de voorgenomen uitzetting onmiddellijk op te schorten en zijn cliënten toegang te geven tot rechtsbijstand. Tevens vroeg hij om een dwangsom van SRD 10 miljoen per dag indien de rechterlijke bevelen niet zouden worden nageleefd. Daarnaast vorderde hij een veroordeling van de Staat tot betaling van proceskosten, inclusief zijn advocaatkosten, die op SRD 150.000 waren begroot, of een bedrag dat door de rechter zou worden vastgesteld.
De eisers stelden dat zij op uitnodiging van de Surinaamse overheid naar het land waren gekomen om landbouwactiviteiten op te zetten. Zij gaven aan dat er toestemming was verleend aan vijftig gezinnen om in Suriname een toekomst in de landbouw op te bouwen. De Mennonieten zeiden verder dat zij in 2024 aanvragen voor een kort verblijf hadden ingediend, maar geen reactie hadden ontvangen. Hierdoor zouden zij niet in staat zijn geweest om hun legale verblijfsstatus te verkrijgen.
Volgens hun advocaat hadden zij via de media vernomen dat hun aanvragen waren afgewezen. Daarop zouden zij de president hebben verzocht om herziening. De Staat stelde als verweer dat de Vreemdelingenwet geen mogelijkheid biedt voor een dergelijke herziening van het besluit.
De persrechter concludeerde dat hierdoor het belang van de eisers bij het voortzetten van hun vordering om de uitzetting te stoppen, was vervallen. Ook de overige verzoeken, zoals toegang tot rechtsbijstand en de daaraan gekoppelde dwangsommen, werden ingetrokken.
Er blijft onduidelijkheid bestaan over de reden waarom de zes personen niet tegelijkertijd met de rest van de groep zijn uitgezet. Sanches merkte op dat de rolbeschikking hierover geen duidelijkheid biedt. Ze gaf aan dat bij de uitzetting van jonge kinderen mogelijk eerst hun nationaliteit moet worden vastgesteld, verwijzend naar de Wet op het Surinamerschap en Ingezetenschap.
Volgens de persrechter kan een kind dat in Suriname is geboren onder bepaalde omstandigheden de Surinaamse nationaliteit verkrijgen. Of dit in deze specifieke zaak van invloed is geweest, kon zij niet bevestigen. Uit de gerechtelijke documenten blijkt volgens haar niet waarom de betrokken moeders en kinderen aanvankelijk achterbleven.
De verklaring van de advocaat geeft aan dat de zes achtergebleven personen op 3 november in het kader van gezinshereniging zouden worden uitgezet. Of hun vertrek daadwerkelijk op dinsdag heeft plaatsgevonden, is nog niet bevestigd.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat de vorderingen tot opschorting van de uitzetting en de daarmee samenhangende dwangsommen zijn ingetrokken. De uitspraak over de resterende vordering betreffende de proceskosten wordt op maandag 9 november om 13.30 uur gedaan.
Hiermee is het kort geding in wezen beëindigd zonder dat de rechter zich heeft uitgesproken over de rechtmatigheid van de uitzetting. De enige nog openstaande beslissing betreft de vraag of de Staat verantwoordelijk is voor het betalen van de proceskosten.