Van een afgezwakt stikstofplan is geen sprake, al probeert het kabinet naar boeren te luisteren
In de regio's rondom de Veluwe in Gelderland, op het afgegraven hoogveen in de Peel in Brabant en bij de rietlanden van de Alde Feanen in Friesland, is de spanning onder boeren te voelen. Bij elke nieuwe ontwikkeling in het stikstofbeleid van de overheid kijken zij met grote belangstelling naar hun telefoons om te zien wat hen te wachten staat.
Op dinsdagmiddag werd een belangrijk deel van de antwoorden gepresenteerd door minister Jaimi van Essen (Landbouw en Natuur, D66). Hij publiceerde een eerste praktische uitwerking van het grote stikstofplan dat deze zomer werd onthuld. Op het eerste gezicht lijkt er goed nieuws te zijn voor de boeren, zij het in beperkte mate.
De zones met strenge stikstofregels die het kabinet wilde instellen rond beschermde natuurgebieden, worden minder rigide. De vaste afstanden van 500 tot 1.000 meter per gebied kunnen worden losgelaten, en provincies mogen deze zelf invullen, mits de reductie van stikstofuitstoot gewaarborgd blijft. Dit betreft ongeveer honderd gebieden, en provincies hebben tot 1 september 2028 de tijd om een plan voor te leggen.
Daarnaast wil het kabinet sneller vergunningen verlenen aan ‘kleine stikstofuitstoters’ door de zogenaamde ‘rekenkundige ondergrens’ eerder op te hogen. Dit zou voor veel boeren de bouw of modernisering van stallen vergemakkelijken. Ook de groep van ongeveer 1.800 boeren die door overheidsmaatregelen al jaren zonder natuurvergunning zit, de PAS-melders, kan mogelijk sneller gelegaliseerd worden door deze nieuwe plannen. De exacte uitwerking hiervan moet nog worden vastgesteld.
De brief van Van Essen kan gezien worden als een significante stap in een dossier dat al sinds 2019 vastloopt. Toen oordeelde de Raad van State dat de overheid meer moest doen aan natuurherstel en dat er geen extra stikstofuitstoot mocht plaatsvinden. Dit leidde tot stillegging van bouw- en infrastructuurprojecten en het ontzeggen van vergunningen aan boeren voor uitbreiding of verduurzaming.
Een groot deel van de oplossing wordt gezocht in de landbouw, aangezien landbouwbedrijven verantwoordelijk zijn voor de meeste stikstofneerslag. Eind juni werd al een plan gepresenteerd dat de contouren van de stikstofaanpak schetst. Boeren wisten vanaf dat moment dat zij in de toekomst hun stikstofuitstoot drastisch moesten reduceren, met een algemene vermindering van ongeveer 45 procent, en een nog grotere vermindering nabij beschermde natuurgebieden (tot 65 procent).
Dit leidde tot breed verzet onder boeren. De belangenorganisaties LTO en NAJK, de vereniging van jonge boeren, besloten om in gesprek te blijven met het kabinet en distantieerden zich van de actievoerende boeren die het totale plan willen verwerpen. LTO en NAJK hebben herhaaldelijk aangegeven dat zij iets voor hun achterban willen bereiken.
De uitwerking van de plannen, die nu in wetgeving worden opgenomen, zou aanvankelijk afgelopen vrijdag gepresenteerd worden, maar minister Van Essen koos ervoor dit uit te stellen om gesprekken met de boerenorganisaties voort te zetten. Dit besluit kan niet los gezien worden van de moeizame politieke onderhandelingen over het Belastingplan, dat ook op dinsdag werd gepresenteerd. Ondanks dit uitstel hebben LTO en NAJK resultaat geboekt: het plan is aangepast, hoewel dit niet betekent dat het is afgezwakt.
Het kabinet heeft echter beperkte ruimte om aanpassingen door te voeren. Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft eerder aangegeven dat de plannen net voldoende zijn om de natuur te verbeteren. De toezeggingen zijn vooral gericht op de uitvoering en niet op de doelen zelf. Ook Pro, een belangrijke politieke partner, moest betrokken blijven. Deze partij had al aangegeven geen concessies te willen doen. Van Essen is optimistisch over de instemming van Pro en stelt: “Dit zijn geen afzwakkingen.”
De belangrijkste veranderingen blijven bestaan, zoals de strenge uitstootnormen en het verlaagde maximum aantal koeien per hectare. Dit zijn twee belangrijke punten van zorg voor boeren. Als zij de gestelde normen binnen negen jaar niet behalen, kunnen zij in de problemen komen, met de eerste resultaten die al in 2028 moeten worden getoond.
Het feit dat veel boeren uiteindelijk zullen stoppen, wordt onderstreept door het budget van 9 miljard euro dat het kabinet heeft gereserveerd voor ‘vrijwillige stoppersregelingen’. In totaal is er 20 miljard euro beschikbaar voor de plannen, waarbij boeren voor verschillende keuzes staan: innoveren, extensiveren, omschakelen, verplaatsen of stoppen. Voor elke optie zijn er financiële regelingen beschikbaar.
Het kabinet hoopt dat boeren zelf verantwoordelijkheid nemen en samen met lokale overheden en natuurorganisaties werken aan het verminderen van hun uitstoot. Dit wordt gezien als een vorm van autonomie die ook de druk van het ‘protestfront’ moet wegnemen. Of boeren deze benadering zo zullen ervaren, moet nog blijken. LTO heeft in een eerste reactie laten weten dat “fundamentele bezwaren nog niet zijn weggenomen” en dat veel van de uitwerkingen van de plannen nog onduidelijk zijn.