Starnieuws - Zaak mennonieten: Economisch belang bedrijf weegt niet op tegen handhaving vreemdelingenwet
Het belang van Suriname Green Energy Agriculture N.V. om haar buitenlandse werknemers te behouden, weegt niet op tegen de noodzaak voor de Staat om de vreemdelingenwetgeving te handhaven. Dit is de kern van het oordeel van kantonrechter Deborah Haakmat-Sniphout in een kort geding dat de onderneming had aangespannen om de uitzetting van een groep mennonieten te voorkomen. De betrokkenen beschikken niet over geldige verblijfsvergunningen, een feit dat door de onderneming tijdens de rechtszaak niet is betwist. Het betreft 63 mennonieten, waaronder drie baby's.
Persrechter Marjorie Sanches lichtte na de uitspraak de overwegingen van de kantonrechter toe. De rechter heeft erkend dat de onderneming een legitiem economisch belang heeft bij het voorkomen van de uitzetting van haar werknemers, aangezien hun vertrek gevolgen kan hebben voor de bedrijfsvoering en eerdere investeringen. Desondanks oordeelde de rechter dat dit belang niet opweegt tegen de bevoegdheid van de Staat om haar wetten te handhaven.
In 2022 kreeg Suriname Green Energy Agriculture toestemming van de Staat om vijftig buitenlandse families voor een periode van drie jaar naar Suriname te halen voor een landbouwproject. Een belangrijke voorwaarde was dat de procedures voor verblijfs- en werkvergunningen moesten worden nageleefd. De Staat had beloofd mee te werken aan het verkrijgen van de benodigde vergunningen, maar volgens de rechter ontsloeg dit de onderneming niet van haar verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat de verblijfsdocumenten van haar werknemers correct waren.
Tijdens de rechtszaak werd door de Staat aangevoerd dat er voor de betrokken mennonieten geen verblijfsvergunningen waren aangevraagd. Er was wel een aanvraag voor een machtiging voor kort verblijf ingediend, maar deze was afgewezen omdat de benodigde documenten niet in orde waren. De mennonieten waren Suriname binnengekomen met een visum voor negentig dagen, dat inmiddels was verlopen. De onderneming heeft niet betwist dat de betrokkenen geen geldige verblijfsvergunningen bezitten.
De kantonrechter benadrukte dat de uitspraak niet betekent dat de rechter een uitzettingsbevel heeft gegeven. De rechter heeft alleen het verzoek afgewezen om de Staat te verbieden voorbereidingen te treffen voor een mogelijke uitzetting. Er is tijdens de rechtszaak niet aangetoond dat de Staat de wettelijke regels en voorschriften tijdens een eventuele uitzettingsprocedure zou negeren. Als de autoriteiten besluiten tot uitzetting over te gaan, zijn zij verplicht zich aan de procedures van de vreemdelingenwetgeving te houden. Wat er nu met de betrokken families zal gebeuren, is onduidelijk. Sinds hun verwijdering uit het Mazonia-gebied op 26 oktober verblijven zij in Kraka. Het is aan de Staat om te bepalen welke stappen er nu gezet worden.
Suriname Green Energy Agriculture is veroordeeld tot het betalen van SRD 13.500 aan proceskosten aan de Staat. Deze kosten zijn direct uitvoerbaar, wat betekent dat de onderneming deze moet voldoen, zelfs als zij in hoger beroep gaat. Volgens persrechter Sanches kan de onderneming binnen veertien dagen hoger beroep aantekenen tegen het vonnis.
Een belangrijk aspect van het vonnis is dat de kantonrechter het verweer van de Staat verwierp, dat de onderneming niet bevoegd zou zijn om de rechtszaak aan te spannen. De Staat had betoogd dat de buitenlandse werknemers zelf gebruik moesten maken van de rechtsmiddelen die hen volgens de vreemdelingenwetgeving toekomen. De kantonrechter oordeelde echter dat Suriname Green Energy Agriculture een eigen belang had bij het kort geding, omdat een mogelijke uitzetting schadelijk zou zijn voor haar bedrijfsactiviteiten. Dit belang was voldoende om de zaak aan de rechter voor te leggen.